Barre lessen zijn de afgelopen jaren stevig doorgebroken in Pilates studio's, en dat is niet zo gek. Je gebruikt de Barre als steunpunt, waardoor je oefeningen kunt draaien die staand anders niet lukken. Balans, houding en beencontrole komen samen in een lesvorm die zwaar aanvoelt zonder dat er zware materialen aan te pas komen. Elina Pilates heeft nu twee versies bij ons in het assortiment: de Ballet Barre en de Dubbele Ballet Barre.
De vraag die ik het vaakst krijg is welke van de twee je moet hebben. Het eerlijke antwoord is dat het niet om de Barre zelf gaat, maar om wie er in je zaal staat. Hieronder leg ik uit waar je die keuze op baseert.
Waarom een Barre in een Pilates studio thuishoort
Het klassieke Pilates repertoire speelt zich grotendeels liggend, zittend en knielend af. Dat is logisch, want zo krijg je controle over de romp zonder dat balans het probleem wordt. Maar het gevolg is wel dat staand werk er vaak bij inschiet, terwijl je cursisten hun kracht juist staand nodig hebben. Ze lopen, tillen, traplopen en staan in de rij bij de kassa. Niet liggend op een Carriage.
Een Barre lost dat op. Je hebt een vast punt om je aan te oriënteren, waardoor je aandacht naar de beweging kan in plaats van naar het niet omvallen. Je traint enkelstabiliteit, heupcontrole en de spieren rond je bekken in de houding waarin je ze gebruikt. En omdat de meeste oefeningen met kleine bewegingsuitslagen en veel herhalingen werken, voelen deelnemers het meteen. Dat is voor de motivatie in een groepsles niet onbelangrijk.
Praktisch gezien is het ook een van de goedkoopste manieren om je lesaanbod uit te breiden. Je hebt geen extra vierkante meters nodig, want een Barre staat langs de wand of vrij in de ruimte waar toch al vloeroppervlak is. Wil je zien wat er allemaal bij hoort, kijk dan in de Barre Pilates collectie.
Wanneer de enkele Barre volstaat
De enkele Barre is de logische start. Je hebt één stang op werkhoogte, en daarmee kun je het complete standaard-repertoire draaien: plies, releves, tendus, kuitwerk, heupabductie en alle balansoefeningen waarbij je één hand of vingertoppen aan de Barre houdt.
Hij is de juiste keuze als je groepen redelijk homogeen zijn qua lengte, en als je vooral zelfstandige deelnemers hebt die geen tweede steunpunt nodig hebben. Ook als je Barre nog aan het uitproberen bent en wilt zien of het in je rooster aanslaat, begin je hier. Je kunt altijd uitbreiden.
De praktische kant: een enkele Barre neemt minder ruimte in de diepte in en is makkelijker te verplaatsen. Als je zaal ook voor Reformer-lessen wordt gebruikt en je de Barre tussendoor aan de kant zet, weegt dat mee.
Wanneer je beter voor dubbel gaat
Een dubbele Barre heeft twee stangen boven elkaar, en dat lost drie dingen tegelijk op.
Ten eerste het lengteverschil. In een groep van tien mensen zit al snel dertig centimeter tussen de kortste en de langste. Bij een enkele Barre betekent dat dat de een op schouderhoogte hangt en de ander voorovergebogen staat. Beiden verliezen daarmee precies de houding waar je in de les op stuurt. Met twee hoogtes kies je gewoon de stang die bij je past.
Ten tweede het niveauverschil. De lage stang gebruik je voor oefeningen dichter bij de grond, voor stretchwerk met een been op de Barre, en voor deelnemers die meer steun willen. De hoge stang is voor staand werk en voor wie stabiel genoeg is. Binnen dezelfde oefening kun je zo twee varianten aanbieden zonder dat het rommelig wordt.
Ten derde de capaciteit. Sommige oefeningen vragen dat je met twee handen op verschillende hoogtes werkt, of dat deelnemers aan weerszijden staan. Dan wil je die tweede stang gewoon hebben.
Hoe je hem neerzet
Reken op ongeveer een meter werkruimte per deelnemer langs de Barre, en houd achter de Barre genoeg vrije diepte voor beenwerk naar achteren. Dat laatste wordt het vaakst vergeten, waardoor mensen tegen een muur of een toestel aan trappen.
Zet de Barre bij voorkeur zo dat je cursisten niet recht in een spiegel of recht in het felle licht kijken. Ze moeten hun eigen houding kunnen checken zonder verblind te worden. En let op je vloer: op een gladde ondergrond gaan mensen schuiven zodra ze gewicht op één been zetten. Een set anti-slip sokken lost dat meteen op en is bovendien iets wat je aan je leden kunt verkopen.
Wil je je Barre lessen wat zwaarder maken, dan werken kleine props uitstekend. Een weerstandsband net boven de knieën maakt de buitenkant van je heupen ineens een stuk actiever, en pols- en enkelgewichten voegen weerstand toe zonder dat je de oefening hoeft te veranderen.
Waar je op moet letten bij de kwaliteit
Een Barre lijkt een simpel product, en juist daarom wordt er veel goedkope rommel op verkocht. Waar het op aankomt is stevigheid. Zodra iemand er echt gewicht op zet, en dat gebeurt vaker dan de bedoeling is, mag er niets bewegen. Een Barre die meegeeft of wiebelt is geen steunpunt maar een risico, en cursisten voelen dat direct. Ze durven de oefening dan niet meer vol uit te voeren.
Elina Pilates heeft meer dan twintig geregistreerde patenten en ontwerpen, werkt met FSC-gecertificeerd hout en gerecyclede componenten, en levert al zijn producten met dezelfde afwerking als de Reformers. Dat merk je aan de stang zelf, die glad genoeg is om comfortabel vast te houden en niet zo glad dat je hand wegglijdt bij zweterige handen.
Wil je Barre werk combineren met je bestaande toestellen, dan is een bezoek aan onze showroom in Uddel, vlakbij Apeldoorn, de snelste manier om een gevoel te krijgen bij de kwaliteit van Elina Pilates. Daar staan zes Reformers klaar om te proberen, waaronder meerdere modellen van Elina Pilates. Wil je een specifiek product bekijken, geef het vooraf even door, dan zorgen we dat het klaarstaat.


